De basis van de taal: A1 & A2
The basis of the language: A1 & A2
A1: Bij A1 leer je de basis van de taal. Er zijn verschillende methodes zoals Taalcompleet en Taaltalent of elke andere die je prefereert. Alle onderdelen van de taal:luisteren, spreken, lezen en schrijven komen aan bod. Er wordt ook aandacht gegeven aan grammatica. Afhankelijk van het aantal lessen per week en hoeveel je thuis oefent, bereik je het A1 niveau na 3 tot 6 maanden.
A1 gaat vooral over de dagelijkse dingen. Zoals:
- Jezelf voorstellen
- De namen van de dingen in huis
- Gezin en familie
- Kleuren
- Cijfers en getallen
- Enzovoorts
Allemaal heel praktisch.
A1 is the very basis of the Dutch language. We can use several different methods such as Taalcompleet, Taaltalent or any other you would like. All subjects are coverend: listening, speaking, reading, writing and some grammar.
Depending on how many lessons you have a week and how much you pratice at home, you reach A1 level in 3 to 6 months.
A1 deals mainly with day to day subjects such as:
- Introducing yourself
- The names of items in your house
- Family
- Colours
- Numbers
- Etc.
All very practical
A2 gaat een beetje verder. Met het A2 niveau kun je een gesprekje voeren. Een folder van de supermarkt lezen of een afspraak maken met de dokter. A2 is de basis om daarna echt de taal te gaan leren met B1.
A2 is the next step up. With A2, you are capable of having a simple converstation. Read a brochure of a supermarket or setting up a meeting with a doctor. A2 is a good foundation to start with really learning the language: B1